03-01-09

Verstoting vrouw: erkenning mogelijk in België

In de rechtenstudie kom je soms rare wetsbepalingen tegen die de gewone man in de straat niet voor mogelijk acht.
Zo heb ik juist geleerd dat onze Belgische rechtsorde, zij het onder strenge voorwaarden, de verstoting van de vrouw erkent.
Afkeurenswaardig!

Zo staat te lezen in de circulaire van 23 september 2004 bij het Wetboek Internationaal Privaatrecht:

Bij de erkenning van de verstoting daarentegen moet worden stilgestaan.
Artikel 57, dat van toepassing is op alle vormen van verstoting, moet restrictief worden toegepast; de instelling van de verstoting wordt door de wetgever geacht vreemd te zijn aan ons rechtsdenken en aan het beginsel van gelijkheid tussen man en vrouw.
Het in artikel 57 vervatte beginsel is dan ook dat van de niet-erkenning, waarop wel een uitzondering bestaat. Deze uitzondering bestaat in de inachtneming van bepaalde voorwaarden die op cumulatieve wijze moeten worden toegepast en moeten worden nagegaan door de overheid ten aanzien waarvan de erkenning wordt ingeroepen.
Het betreft de volgende cumulatieve voorwaarden :
1° de akte is gehomologeerd door een rechter in de Staat waarin zij is opgemaakt;
2° geen van de echtgenoten had op het tijdstip van de homologatie de nationaliteit van een Staat waarvan het recht die vorm van huwelijksontbinding niet kent.
Derhalve vindt geen erkenning van de verstoting plaats tussen echtgenoten van wie ten minste één van de twee Belg is of een onderdaan van een Staat die een dergelijke rechtsinstelling niet kent. Er moet worden opgemerkt dat indien deze echtgenoot de dubbele nationaliteit heeft, bijvoorbeeld de Belgische en de Marokkaanse, of de Franse en de Marokkaanse, de in artikel 3 vervatte regel moet worden toegepast (zie supra );
3° geen van de echtgenoten had op het tijdstip van de homologatie zijn gewone verblijfplaats in een Staat waarvan het recht die vorm van huwelijksontbinding niet kent.
Daaruit volgt dat niet wordt erkend de verstoting binnen een echtpaar waarvan één van de echtgenoten in België of in een andere Staat verblijft (bijvoorbeeld Frankrijk) die een dergelijke rechtsinstelling niet kent. In dat verband doet het weinig terzake of die Staat al dan niet de verstoting erkent;
4° de vrouw heeft de ontbinding van het huwelijk op ondubbelzinnige wijze en zonder enige dwang aanvaard.
Deze voorwaarde kan gemakkelijk worden nagegaan wanneer de vrouw zich beroept op de verstoting. Indien de man zich beroept op de erkenning van de verstoting, die zich mogelijkerwijs jaren geleden voordeed en betrekking kan hebben op een echtgenote die niet in België verblijft, zou het kunnen dat het bewijs moeilijk kan worden geleverd. De echtgenoot moet in ieder geval worden verzocht enig bewijsmiddel dat in aanmerking kan worden genomen, te verstrekken en, voorzover mogelijk, opgave te doen van de verblijfplaats van de echtgenote tegen wie hij optreedt;
5° tegen de erkenning geldt geen enkele weigeringsgrond als bedoeld in artikel 25.
In dit verband moet eraan worden herinnerd dat één van die weigeringsgronden de kennelijke onverenigbaarheid met de openbare orde is. Gelet op de rechtspraak van het Hof van Cassatie terzake (Cass., 3e kamer, 29 april 2002) en op de wettelijke regeling die voortaan geldt voor de erkenning van de verstoting, zou deze weigeringsgrond, onder voorbehoud van de beoordeling van de hoven en rechtbanken, niet mogen interfereren met artikel 57, § 2, door in zekere zin de mogelijke gevallen van erkenning teniet te doen.
Als besluit moet worden vastgesteld dat de gevallen waarin een verstoting kan worden erkend, in de toekomst zeldzaam zouden moeten zijn en voornamelijk betrekking zouden moeten hebben op gevallen waarin de verstoting is verkregen in een buitenlandse Staat tussen onderdanen van die Staat (of nog tussen onderdanen van verschillende Staten die de instelling van de verstoting kennen) die aldaar, althans ten tijde van de verstoting, het centrum van hun belangen hadden.
Gelet op het voorgaande zijn de passages in verband met de toelaatbaarheid van de verstoting in de omzendbrief van 27 juni 1978 betreffende sommige problemen inzake vreemdelingen (Belgisch Staatsblad van 1 juli 1978), gewijzigd door de circulaires van 13 maart 1980 (Belgisch Staatsblad van 18 maart 1980) en 27 april 1994 (Belgisch Staatsblad van 19 mei 1994) niet langer van toepassing.

Commentaren

blog wil je eerst en vooral bedanken voor je stem,heb je blog bekeken en je mag zeker rekenen op mijn stem.
groetjes jan

Gepost door: jan | 04-01-09

De commentaren zijn gesloten.